Artikel gepubliceerd op: 8 juli 2008
Speksteen is overal. De farmaceutische industrie gebruikt het in medicijnen, de bouwwereld in isolatiemateriaal. Het is verwerkt in het babypoeder dat we bij de drogist kopen en kunstenaars maken er prachtige beelden van. Door de unieke eigenschappen van het materiaal is speksteen ook uitermate geschikt om in kachels te gebruiken.
Voor het ontstaan van speksteen moeten we zo'n 2 tot 3 miljard jaar terug in de tijd. Diep in de aardkorst vormden extreem hoge temperaturen en een gigantische druk een nieuw mineraal: steatiet, ook wel speksteen genoemd. Het materiaal is opgebouwd uit talkkristallen en voelt zijdezacht aan. Vandaar dat ook wel de naam ‘zeepsteen' opduikt. Speksteen heeft een soortelijk gewicht van 2980 kilogram per kubieke meter. In Nederland komt het gesteente niet voor, maar we vinden het wel op heel veel andere plaatsen: Groenland, Finland, India en Brazilië bijvoorbeeld.
Speksteen bestaat voornamelijk uit talk, magnesiet en chloriet. Deze bestanddelen hebben elk zo hun specifieke eigenschappen. Door de grote hoeveelheid talk is speksteen vrij zacht en dus gemakkelijk te bewerken. Het is een duurzaam materiaal, maar een zaagmachine snijdt erdoorheen als een mes door boter. Handig voor beeldhouwers dus, maar bijvoorbeeld ook bij het maken van sierschouwen. Het in het speksteen aanwezige magnesiet bepaalt de vuurvastheid. Voor gebruik in kachels komen dan ook alleen speksteensoorten in aanmerking met een hoog gehalte van dit mineraal. Chloriet zorgt dan weer voor de mooie structuur en de fraaie kleurnuances in de steen. Het meest zien we lichte, bleke kleuren, maar speksteen bestaat bijvoorbeeld ook in bruin, donkergroen en gespikkeld blauw. En vergeet de variant met rode aderen niet: prachtig voor het maken van beelden. Omdat speksteen een natuurproduct is, zijn geen twee stukken steen hetzelfde.
In de kachelwereld is grijs de meest voorkomende kleur speksteen. Er zijn kachels die vrijwel geheel uit speksteen bestaan, maar ook gietijzeren toestellen waarbij alleen de wanden met speksteen zijn bekleed. Deze combinatie maakt de haard stevig, zonder dat die zo zwaar wordt als een geheel uit speksteen vervaardigde kachel. In beide gevallen komen de bijzondere eigenschappen van het materiaal volledig tot hun recht. Speksteen neemt warmte zeer snel op: wel twee tot twee-en-een-half keer zoveel als andere soorten natuursteen. Vervolgens geeft het die warmte gedurende lange tijd gelijkmatig aan de omgeving af. Deze warmtegeleidende eigenschappen van steen ontdekten onze verre voorouders lang geleden al. Zij kookten hun eten op hete stenen. En legden zij keien rond het vuur, dan waren die de volgende dag nog warm.
Trappen, huizen, zelfs hele paleizen zijn in het verleden met speksteen gebouwd. De hardere varianten bleken geschikt voor vloertegels en keukenbladen. In Egyptische piramides zijn gebruiksvoorwerpen van speksteen gevonden in de graven van beroemde farao's. Het mineraal werd zelfs als iets heiligs beschouwd en gebruikt voor godenbeelden en talismans. Een hoogtepunt kende speksteen rond 1900 tijdens de jugendstil, een Europese kunststijl met bijzondere aandacht voor gestileerde decoratieve elementen. Vanaf het interbellum is de belangstelling wat afgenomen: moderne technieken kwamen op en maakten de arbeidsintensieve bewerking van speksteen minder interessant. Maar in de jaren tachtig begon speksteen aan een nieuwe opmars - en die lijkt voorlopig nog niet te stoppen.