Artikel gepubliceerd op: 13 maart 2008
Sinds 1 oktober 2007 kent de haardenbranche het rendementslabel voor houthaarden. Dit label, dat in steeds meer showrooms aan vrijwel elke houthaard te vinden is, informeert de consument over vermogen, emissie en rendement van de houthaard. Vijf maanden na de invoering blijkt de branche zeer tevreden over de acceptatie van het label.
"De consument moet weten wat hij koopt." Aan het woord is Gerard Beenen, secretaris van de Stichting Rendementslabel Haarden en Kachels. "Aan het rendementslabel kan hij in één oogopslag zien wat de uitstoot, het rendement en het vermogen van een toestel zijn. Vergelijk het met het energielabel van uw koelkast of vaatwasser." Hoewel het label niet verplicht is, werken vrijwel alle fabrikanten en detaillisten in de haardenbranche eraan mee.
Het vermogen van een haard geeft aan hoeveel warmte die kan geven. Dit is uitgedrukt in kilowatts (kW). Het is belangrijk dat het vermogen past bij de ruimte waar de haard staat. Een haard met een te klein vermogen krijgt de kamer niet warm. Maar bij een te groot vermogen kan het toestel niet voluit branden, wat al snel leidt tot een grotere milieubelasting en een lager rendement. Het rendement van een haard is het deel van de verbrandingswarmte dat het toestel daadwerkelijk benut. Het wordt altijd uitgedrukt in een percentage. Als een haard een rendement heeft van bijvoorbeeld 70%, wordt 70% van de potentiële energie van gas als warmte gegenereerd voor in de te verwarmen ruimte.
Het is dus zaak een haard te kiezen met een zo hoog mogelijk rendement. Het rendementslabel vermeldt ook de uitstoot (emissie) van koolmonoxide, een gas dat ontstaat door onvolledige verbranding. Hoe lager de emissie, hoe beter voor het milieu.
Hoe komt de Stichting Rendementslabel Haarden en Kachels aan de gegevens voor op het label? "Die komen van verplichte keuringen bij aangewezen instituten", vertelt Gerard Beenen. SGS in Arnhem is zo'n laboratorium waar houthaarden onderzocht worden. Meettechnicus/adviseur Jens Dekker: "Wij testen volgens twee Europese normen: de NEN-EN 13229 voor inbouwtoestellen en de NEN-EN 13240 voor vrijstaande toestellen. De normering is Europees geregeld. We bepalen het gehalte aan koolmonoxide (CO), kooldioxide (CO2), het rendement en de veiligheid van een toestel." De keuring luistert nogal nauw. "We gebruiken voornamelijk beukenhout, het vochtgehalte ervan moet tussen de 12 en 20% liggen en de schoorsteentrek is vastgelegd op 12 pascal." De technische gegevens laten we verder voor wat ze zijn. Want de kracht van het rendementslabel is juist dat de consument de belangrijkste zaken eenvoudig en snel kan zien.
Na een week of drie in het laboratorium is de haard getest. Met het rapport gaat de Stichting Rendementslabel Haarden en Kachels aan het werk. Zij zorgt voor de visualisatie van de testgegevens. Gerard Beenen verwacht dat op de labels straks ook de uitstoot van fijnstof zichtbaar zal zijn. "Probleem is nu nog dat er diverse methoden zijn om de hoeveelheid fijnstof te meten. De Europese bestuurders in Brussel moeten nu de knoop doorhakken en bepalen welke methode de norm wordt. Als dat rond is, voegen we ook de fijnstofemissie aan het label toe." Jens Dekker van SGS geeft aan dat zijn bedrijf de uitstoot van fijnstof al meet. "Fabrikanten willen het weten, dus vermelden we het in onze rapporten." Hoewel er nog geen Europese normen zijn, hebben diverse landen eigen wetten opgesteld. "In echte houtstooklanden zoals Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland - waar haarden er zijn om te verwarmen en zeker niet alleen voor de sfeer - zijn de normen heel streng", vertelt Dekker. "België wil vanaf 2009 maximaal 100 milligram per kuub. Nederland heeft nog geen regels vastgesteld." Veel fabrikanten van kwaliteitshaarden, zoals Bellfires en Barbas, kozen er overigens voor om aan de strenge Duitse eisen te voldoen. Daardoor kunnen ze hun producten ook in dat land afzetten. Voor de Belgische en Nederlandse consument is dat mooi meegenomen.
Wanneer kunnen we de fijnstofemissie op het label verwachten? "Dat duurt nog wel even", zegt Gerard Beenen, die zijn vingers niet wil branden aan een voorspelling: "Laten we zeggen ... 1 januari 2010?" Aan de haardenbranche zal het niet liggen.