Artikel gepubliceerd op: 3 september 2008
"De chef-kok van het Nederlands voetbalelftal vond mijn snert het lekkerst." Het zijn woorden van de Eindhovense Monthy Wieldraaijer, die in februari deelnam aan het Wereldkampioenschap Snertkoken. Hij eindigde op een gedeelde dertiende plaats. "Eigenlijk zou de jury de soep moeten beoordelen zonder de kok erbij te zien", zegt Monthy. Of hij dan hoger geƫindigd zou zijn, blijft natuurlijk gissen. Maar feit is dat Monthy met zijn lange, krullerige baard een opvallende verschijning is.
Tijdens het WK bereiden de koks hun snert op inductiekookplaten. "Het nieuwste van het nieuwste", weet Monthy. "Maar dan komen er van die oudjes zonder tanden binnen en die zeggen: vroeger bij ons op de petroleumkachel, dát was de echte snert." Zelf geeft hij de voorkeur aan zijn eigen, authentieke Etna-houtkacheltje, waar zijn moeder zestig jaar geleden thuis al op kookte. "Dat kacheltje wilde ik graag hebben. Maar mijn moeder zei: nee, dat krijg je niet. Want als er weer eens oorlog uitbreekt..." Nadat ik nog een paar keer gezeurd had, bezweek ze: nou, neem maar mee dan." Door de kookplaat is het kacheltje zeer geschikt om maaltijden op te bereiden. Bruinebonensoep - misschien wel de lekkerste van heel Nederland - is Monthy's specialiteit.
"Af en toe rook ik ook kip in de kachel. Die doe ik aan een spiesje. Beetje zout en peper erbij en een kwartiertje laten liggen. Er gaan wat verse houtschilfertjes in de kachel en dan laat ik die kipfilets lekker een beetje hangen." Alleen al wanneer hij erover vertelt, loopt het water hem in de mond. "Als ik dan een lekkere soort hout heb gezaagd, appel of kers bijvoorbeeld, dan zet ik de klep open zodat die rooklucht even lekker in huis hangt." Soms stookt hij de kachel op eucalyptushout, terwijl hij in een Portugese pot een heerlijke soep bereidt. "Dat hout heeft zo'n heerlijke geur! Als je dat ruikt, dan denk je meteen aan Portugal."
Achter hout aan gaan, is voor Monthy deel van de pret: "Dan pak ik mijn ouderwetse trekker, gooi er een kar achter, haal thuis mijn zaagspullen en ga lekker het bos in. Dat doe ik samen met mijn vrouw, die vindt het ook heerlijk om buiten te zijn." Het hoort bij de charme van het stoken op hout. Hoewel Monthy graag en veel kookt op zijn kacheltje, fungeert het in eerste instantie als warmtebron. "Als ik begin te stoken, is het snel warm genoeg. Binnen tien minuten doe je je Tahiti-blouseje aan. De centrale verwarming hebben we nooit aan. En omdat er een keteltje op de kachel staat, hebben we beneden altijd heet water." Twee keer per jaar laat Monthy het rookkanaal van zijn Etna vegen. "Als ik goed hout heb gehad dat niet te vochtig was, is één keer per jaar voldoende."
In de winter stookt Monthy binnen, in de zomer buiten. Dan is barbecueën favoriet. Hij deelt zijn passie graag met anderen: "Iedereen die een eigen huis heeft, zou een plek moeten maken om te stoken. En dan niet alleen binnen, maar ook buiten." Een leven zonder haard kan deze kachelfan zich echt niet voorstellen: "Een vuurtje stoken is mijn lust en mijn leven."
terug naar overzicht